Verhoging reclamebelasting

eenzaam-verzet

De Bredase gemeenteraad heeft daags voor kerst een fikse verhoging van de reclamebelasting goedgekeurd. Reclamebelasting kan door gemeenten geheven worden om bijvoorbeeld een ondernemersfonds te ‘vullen’. Een ondernemersfonds is een soort van overkoepelende winkeliersvereniging van de binnenstad. En hoewel dat allemaal heel erg vrijblijvend klinkt is het gewoon verplicht als je binnen het aangegeven gebied een winkel of zelfs een kantoor hebt. Of zoals het op de site van de SOFB staat:

Het ondernemersfonds wordt gevuld via de opbrengsten van de reclamebelasting. De gemeente int de reclamebelasting, zij doet dit op basis van de Verordening reclamebelasting Binnenstad Breda 2016. Deze reclamebelasting wordt jaarlijks geïnd bij alle bedrijven die in het gebied van de Stichting Ondernemersfonds Breda vallen. Alle bedrijven daarbinnen die vanaf de openbare weg met een reclame-uiting zichtbaar zijn, betalen mee.

Het Bredase ondernemersfonds is enkele jaren geleden opgericht om Breda weer op de kaart te zetten. Zo proberen we via allerlei verkiezingen (beste binnenstad, meest toegankelijke binnenstad, meest gastvrije binnenstad, [verzin nog een kul-categorie] binnenstad, etc…. aan de buitenwereld laten zien hoe fantastisch Breda is. Wij zelf wisten dit al, alleen de buitenwacht heeft af en toe een opfriscursus nodig.

Zonder gekheid, er worden ook goede zaken geregeld door het ondernemersfonds, bijvoorbeeld het creëren van eenduidige openingstijden tijdens speciale dagen, gezamenlijk inhaken op Black Friday, organiseren Breda Fashion Weekend, uiteraard de sfeerverlichting tijdens de donkere dagen, plaatsen van zogenaamde bloemenpiramides en hanging baskets, Betoverd Breda plakkers, etc. Overigens hadden meerdere ondernemers zich uitgesproken tegen een nieuwe editie van het subsidie-verslindende Winterland (waarbij alle cijfertjes achter gesloten deuren worden besproken), daarom heette deze editie Betoverd Breda. Uiteraard zijn ook dit jaar de cijfertjes niet openbaar, het geeft te denken. Eén ding wordt hieruit wel duidelijk, naar de ondernemers wordt in ieder geval niet geluisterd.

Ondanks de vele zaken waar we het niet mee eens zijn en de overkill aan evenementen en horeca in de binnenstad, willen we best ons steentje bijdragen. Maar het moet wel een realistisch bedrag zijn. Om nou hetzelfde tarief te betalen als bijvoorbeeld de Hudson’s Bay is niet echt fair. Je kunt de Catharinastraat ook niet vergelijken met bijvoorbeeld de Veemarktstraat, kijk alleen al eens naar de verlichting.

Bij de oprichting van het ondernemersfonds waren twee zaken al heel erg duidelijk:

  • Je komt er nooit meer vanaf;
  • Het wordt alleen maar duurder.

En om het laatste punt al na 3 jaar kracht bij te zetten heeft het ondernemersfonds de Bredase gemeenteraad gevraagd om de bijdrage per bedrijf te wijzigen van € 1,30 per 1.000 Woz-waarde naar € 1,40 met een minimale bijdrage per bedrijf per jaar van € 275 en maximale bijdrage van € 750 per jaar. Voor ons betekent dat een stijging van €550 naar €750 per jaar, dat is ruim 35%. Van deze hogere opbrengsten kunnen bijvoorbeeld de organisatiekosten €20.000 omhoog naar €95.000 (jazeker, je leest het goed). Er gaat zelfs geld naar het ‘mobiliseren en enthousiasmeren voor samenwerking van de vastgoedeigenaren’. Want dat is de volgende melkkoe, de BIZ. BIZ staat voor Bedrijven investeringszone, dat is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein waarbinnen de vastgoedeigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle vastgoedeigenaren in de BIZ betalen daaraan mee. Meestal komt er óf een ondernemersfonds óf een BIZ, maar in Breda kun je als je winkelier bent in je eigen pand en de beleidsbepalers hun zin krijgen straks dubbel belast worden. Enfin, je kunt het hier nalezen, vanaf pagina 23.

Heffingsgrondslag

Maar waar moet je nu precies aan voldoen om niet aangeslagen te worden voor reclamebelasting? Ik heb dit allereerst nagevraagd bij de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), de organisatie die de belasting int namens de gemeente Breda. Op hun site staat het een en ander uitgelegd. “U betaalt belasting voor openbare aankondigingen in letters, symbolen en/of kleuren die vanaf de openbare weg te zien zijn.” Verder staan er link naar de verschillende gemeentelijke verordeningen. Die zijn niet overal hetzelfde en kunnen per gemeente verschillen. Zo kijkt bijvoorbeeld de gemeente Bergen op Zoom naar de oppervlakte van de reclame, in tegenstelling tot de Bredase binnenstand, daar wordt gekeken naar de WOZ-waarde van het gebouw.

We hebben contact gezocht met de BWB omdat ik het vreemd vond dat ook ons Hofleverancierbord van de gevel moest. We kregen het volgende antwoord:

Geachte heer Van Aalst,
Naar aanleiding van uw vragen aangaande de reclamebelasting voor het pand met adres Catharinastraat 14 te Breda, bericht ik u het volgende.
U overweegt om de momenteel aanwezige openbare aankondigingen te verwijderen. U stelt dat op het bord Hofleverancier uw naam niet staat, maar het hangt er wel ten behoeve van uw zaak en deze heeft daar profijt van. Om die reden zou deze openbare aankondiging betrokken worden in de heffing.
Een deurmat die binnen ligt, wordt niet in de heffing betrokken. Uitingen die zich binnen het pand bevinden, worden enkel in de heffing betrokken als deze zich op het raam van de gevel bevinden en tevens zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Spullen in een etalage worden niet belast.
Vertrouwend u voldoende te hebben geïnformeerd.

Officiëler dan een antwoord van de BWB wordt het niet. Maar omdat het toch vreemd is om dat Hofleverancierbord van de gevel te moeten halen. De titel ‘Bij Koninklijke beschikking Hofleverancier’ hadden we juist halverwege 2017 bestendigd gekregen van Zijne Majesteit de Koning. Een eretitel, iets waarop de gemeente Breda trots zou moeten zijn om binnen de stadsgrenzen te hebben. Het lijkt wel een pesterij om die lastige Van Aalst tot de orde te roepen. Daarom hebben we voor de zekerheid contact opgenomen met het ondernemersfonds. Voorzitter Jos Koniuszek van het ondernemersfonds mailt mij het volgende:

“Voor wat betreft de reclamebelasting en de invulling daarvan moet ik je naar de gemeente verwijzen. Ik weet niet meer dan dat een bedrijf binnen het aangewezen gebied met een reclame-uiting zichtbaar vanaf de openbare weg aangeslagen wordt. Wat precies onder een reclame-uiting verstaan wordt weet ook ik niet. Misschien kan de afdeling belastingen van de gemeente je verder helpen. Ik weet wel dat er een extern bureau wordt ingeschakeld om eea in kaart te brengen. Hopelijk ben je hiermee geholpen.”

De gemeente Breda heeft ons, ondanks een eerdere aankondiging dat het antwoord zo’n 3 weken op zich zou laten wachten, toch nog eind 2018 weten te antwoorden op onze vraag aan welke eisen we dienen te voldoen om in 2019 niet aangeslagen te worden voor reclamebelasting:

De vraag in het bericht kan niet door de Gemeente Breda beantwoord worden.We hebben navraag gedaan bij de afdeling die gaat over precariobelastingen. Echter geven zij aan dat u met uw vraag alsnog bij de BWB moet zijn. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Huh? Serieus? Precario? Weten ze op het stadskantoor zelf het verschil tussen Precariobelasting en reclamebelasting niet eens? Enigszins verbouwereerd houden we ons dan maar aan de tekst van de BWB en zijn de letters van de luifels gehaald en is het Hofleverancierbord van de gevel gehaald. Met pijn in ons hart en allemaal omdat er niet voor een eerlijke verdeelsleutel is gekozen. Uit gemakzucht welteverstaan, want de WOZ-gegevens zijn natuurlijk een zeer gemakkelijke heffingsbron. Een verdeelsleutel op basis van FTE (fulltime-equivalent, een rekeneenheid waarmee de omvang van een functie of de personeelssterkte kan worden uitgedrukt) verzwaard met een locatie-coefficient zou het eerlijkst zijn.

Hieronder het krantenartikel dat toch al wat stof heeft doen opwaaien. Want eenzaam kunnen we ons protest niet meer noemen als we de hoeveelheid reacties tellen. Ik hoop dat het ondernemersfonds wakker wordt en beseft dat ze er voor ons zijn en niet alleen om hun zakken te vullen. Er zullen meerdere ondernemers volgen die ons voorbeeld volgen, daar zijn we van overtuigd. Niet omdat we niks willen betalen, maar vooral omdat het eerlijker moet en met een minder geldverslindende organisatie.

Integrale tekst van het krantenartikel in BNdeStem op 28 december 2018 van Paul Verlinde. De bijbehorende foto is van Pix4Profs/Ron Magielse:

Eenzaam verzet tegen hogere reclametaks in Breda

BREDA – De naam is al bijna van de luifels verdwenen bij PJ van Aalst Tapijten in de Catharinastraat in Breda. Ook het bord ‘hofleverancier’ gaat naar binnen bij het bedrijf dat al meer dan 150 jaar bestaat. Het gaat om een – vooralsnog – eenzaam protest dat eigenaar Sjoerd van Aalst voert tegen tegen verhoging van de reclamebelasting.

“Ik wil er een statement mee maken. Ik vind het al oneerlijk dat wij zoveel reclamebelasting moeten betalen en dan gaat het bedrag ook nog eens flink omhoog,” aldus Van Aalst.

Woz-waarde

Alle ondernemers in het centrum van Breda met een reclame-uiting op hun pand betalen een reclamebelasting. Het geld gaat naar het Ondernemersfonds, dat daarmee onder meer promoties, evenementenondersteuning en sfeerverlichting betaalt. Het bestuur van het fonds heeft de gemeente verzocht de belasting te verhogen zodat het fonds meer middelen krijgt. De gemeenteraad heeft vorige week ingestemd met de verhoging van de belasting (die gerelateerd is aan de woz-waarde). De minimale jaarbijdrage gaat daardoor in 2019 van 250 naar 275 euro en het maximum van 550 naar 750 euro.

Hudson’s Bay

“Ik zit een duur pand en zou dus 750 euro moeten gaan betalen. En wat krijg ik er voor terug? In deze hoek hangt geen sfeerverlichting en ik zit niet op nog meer evenementen te wachten in de binnenstad,” aldus Van Aalst. Ook vindt hij de basis voor de belasting verkeerd. “Ze zouden naar omzet moeten kijken of naar aantal personeelsleden. Nu betaal ik als kleine ondernemer net zoveel als Hudson’s Bay.”

Vooralsnog is Van Aalst de enige die tegen de hogere belasting ageert. Voorzitter Jos Koniuszek van het Ondernemersfonds zegt slechts drie reacties te hebben gehad op de maatregel. “Daarvan was slechts één echt negatief. Die was inderdaad van Sjoerd van Aast,” aldus Koniuszek. Van Aalst weet echter zeker dat hij niet alleen staat. “Wacht maar tot straks de factuur bij ondernemers op de deurmat valt, dan zullen er vast meer opstaan.”

 

Share on FacebookPin on PinterestShare on LinkedInGoogle+Tweet about this on TwitterEmail to someone